Skip to content

Bijlage F - Nulmeting

Tussentijdse- voortgang en afronding ten opzichte van de 6 taken.

  • [ ] Nulmeting #Lopend

Taak 1: De docent draagt er zorg voor dat hij professional is en blijft

Indicatoren Begin Tussentijdse meting Einde van de opleiding
1.1 De docent draagt bij aan de onderwijsontwikkeling, innovatie en kwaliteitszorg vanuit een onderzoekende houding.

Resultaten:
  • De docent denkt als teamlid mee hoe instellingsbeleid, wettelijke kaders en actuele vak- en beroepsinhoudelijke ontwikkelingen kunnen worden vertaald naar het onderwijs (= professionele ruimte van de docent).
Bestaand lesmateriaal vul ik aan en werk bij met andere / betere context en/of inhoud.

De inhoud van de uitbreidingen zoek ik zelf uit mbv internet / video’s / etc
Nu ook deelname in OWS_MiddenkaderEngineering waarbij lesmateriaal moet worden ontwikkeld en op een nieuwe manier moet worden lesgegeven.
1.2 De docent is zich bewust van zijn eigen beperkingen, werkt planmatig aan zijn eigen vakinhoudelijke ontwikkeling in relatie tot het beroepenveld en in afstemming tot het team. 

Resultaten:
  • De docent maakt jaarlijks concrete afspraken met zijn leidinggevende over zijn persoonlijke ontwikkeling, in afstemming met het teamontwikkelplan, voert die afspraken uit, checkt en stelt bij (PDCA).
  • De docent maakt keuzes op basis van reflectie op en (systematisch) onderzoek naar eigen handelen en in afstemming in het team.
  • De docent staat open voor andere ideeën en werkwijzen en probeert die van tijd tot tijd uit.
  • De docent houdt zijn ontwikkeling, leerrendement, bij in een bekwaamheidsdossier volgens de richtlijnen van de school.
Voor de persoonlijke ontwikkeling is voor mij als zij-instromer van belang dat ik weer 100% bekend raakte met de stof.


Het eerste gesprek met mijn leidinggevende hieromtrent staat gepland voor maart 2025. Hierin kan ik aangeven wat ik ga doen.

Voor dit jaar is dat het starten met de PDG.
Zie hiervoor mijn eerste Jaargesprek_2025.

Met mijn mentor (Mohammed) heb ik regelmatig een sparrings moment om mijn ideeen tegen het licht te houden.


1.3 De docent houdt de ontwikkelingen rondom taal en rekenen bij in de context van het beroep. 

Resultaat:
  • De docent maakt de ontwikkelingen op taal- en rekengebied in een of meerdere beroepsproducten zichtbaar, bijvoorbeeld door een toets te maken waarin rekening gehouden wordt met het taal- en rekenniveau van de student (2f/3f).
Als docent Mechatronica ligt dit op het vlak van de elektrotechniek. De begrippen / formules die hierin worden gebruikt veranderen niet heel veel. Met onze coordinator van stages heb ik overlegd of het schrijven van een sollicitatiebrief onder de les van Nederlands gegeven zou kunnen worden. Dit was ook in lesdag 23-05-2025 als onderdeel opgenomen.
1.4 De docent werkt samen met andere docenten in opleiding (intervisie).

Resultaten:
  • De docent ontvangt en geeft feedback en forward van en aan leraren in opleiding rekening houdend met het ontwikkelplan en de taken van de leraar.

  • De docent in opleiding maakt zijn eigen leren zichtbaar in verbinding met anderen, door het samen verzorgen van een workshop voor of in het werkveld.
Intervisie momenten zijn ingepland samen met alle andere deelnemers binnen Firda.


Zie hiervoor Intervisie
Met mijn collega Sietse heb ik regelmatig contact en overleg over de voortgang over onze studies PDG.

In alle ervaringen geef ik aan waar het betrekking op heeft gehad / op welke taak.

Met name op het gebied van het verbreden van mijn netwerk en de communicatie met verschillende partijen ben ik actief. vb: Robotica
1.5 De docent werkt samen met onderwijsondersteuners, zoals instructeurs en onderwijsassistenten) op basis van het onderwijsprogramma en neemt verantwoordelijkheid voor het leerproces.

Resultaten:
  • De docent is (mede) verantwoordelijk voor een duidelijke taaktoedeling aan een instructeur of ondersteuner en is eindverantwoordelijk voor het onderwijs.
  • De docent werkt samen met onderwijsondersteuners vanuit kwaliteitscriteria en wettelijke kaders.
Overleg met instructeurs om dingen beter te stroomlijnen. In mijn aller-eerste jaar als docent was dit natuurlijk meer andersom dat ik input kréég van het team hoe dingen geregeld zijn / verlopen. In het ontwikkelstudio hebben we overleg hierover.

Onderwijs vernieuwen / andere indeling van het programma / etc.

Taak 2 De docent ontwikkelt een onderwijsprogramma

Indicatoren Nulmeting Tussentijdse meting Eind van de opleiding
2.1 De docent ontwikkelt (een onderdeel van) het onderwijsprogramma, op basis van de wettelijke kaders, in samenspraak met het onderwijsteam en binnen de beleidskaders van de school. 

Resultaten:
  • Een vanuit de wettelijke kaders vormgegeven onderwijsprogramma met leerinhouden, gerelateerd aan de eindkwalificaties.
  • Een onderwijsprogramma waarin de onderwijsvisie van de school herkenbaar is uitgewerkt.
  • Een door het team gedragen onderwijsprogramma, waarin zichtbaar is wie wat doet, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe onderlinge afstemming plaatsvindt.
  • Een onderwijsprogramma, waarin ruimte is voor actualisering aan de hand van ontwikkelingen in het beroepenveld.
  • Een programma met structurele aandacht voor en gekoppeld aan de ontwikkeling van beroeps-, loopbaan- en burgerschaps-competenties.
  • Een programma, waarin vakonderwijs, vakgericht taal- en rekenonderwijs, en/of moderne vreemde talen in het programma op zo’n manier verwerkt zijn, dat er een natuurlijke eenheid ontstaat in het beroepsgericht opleiden
Zelf onderdelen ontwikkelen doe ik nog niet vanaf scratch, maar vanaf het schooljaar 2025/2026 moeten de lessen worden gegeven volgens WRO. Hiervoor staat over de inhoud nog niets op papier en dient helemaal te worden opgezet. In samenspraak met collega's werk ik aan een versie waarin alle theorie verwerkt moet worden in een vorm waarbij dit binnen één project (in groepsverband) aangeleerd moet worden.

Dit is tot volgend schooljaar een continue proces waaraan gesleuteld wordt.

In samenwerking met andere collega's moet worden uitgezocht welke vakinhoud / leerstof in welke vorm in het project naar voren moet komen. Hiervoor ben ik onderdeel van het ontwikkelteam.
ook hierin verwijs ik naar de OWS Middenkader Engineering]. Hierin ben ik bezig met het ontwikkelen van een hele nieuwe insteek van de manier van les geven.
2.2 De docent ontwerpt vanuit zijn individuele opdracht, in afstemming met het team, leerarrangementen vanuit het beroepsprofiel van de toekomstige beroepsbeoefenaar in een daartoe passende (krachtige, beroeps-contextrijke) leeromgeving en daarbij actuele kennis en ervaring uit de hele breedte van het werkveld gebruikt en beschrijft de daarbij benodigde algemene kennis.

Resultaten:
  • Leerarrangementen in het perspectief van het beroepsprofiel van de toekomstige beroepsbeoefenaar.
  • Leerarrangementen waarin theorie en praktijk met elkaar verbonden worden (theoretische leren en werkplek-leren).
  • Leeractiviteiten (lessen, trainingen, workshops) waarbij de studenten:
    1. theoretische concepten in concrete taken toepassen;
    2. specifieke (beroeps)ervaringen koppelen aan theoretische concepten;
    3. kennis, vaardigheden en attitudes aan beroepstaken verbinden;
    4. een relatie leren zien tussen het detail en het grotere geheel.
Ontwerpen vanaf 0 is nog niet aan de orde geweest, wel het verbeteren / aanpassen van hetgeen al ontwikkeld is.

Ik maak hiervoor bv lijstjes met verwijzingen naar bronnen op internet (Jouke van de Zwaag / Electroboom / etc) waarbij hun uitleg soms de stof vanaf een andere kant belicht wat ik dan kan gebruiken in de les.

Deze gebruik ik dan in bv. proef-toetsen en gewone toetsen.
Ook hiervoor verwijs ik naar de OWS Middenkader Engineering
2.3 De docent stelt het ontwikkelde programma van tijd tot tijd bij, op basis van de gestelde doelen, feedbackinstrumenten, ervaringen en resultaten.

Resultaat:
  • Een onderwijsprogramma dat structureel is ingebed in een PDCA-cyclus of ander kwaliteitssysteem  om de effectiviteit van het onderwijs in kaart te brengen en om desgewenst (didactische) keuzes te heroverwegen ter verbetering van de leeropbrengst van de studenten.
In het algemeen hou ik mij op de hoogte of er ontwikkelingen zijn op het vakgebied waarmee ik de inhoud van de lessen dan kan aanpassen. In Aanpassing Lesprogramma en Aanpassen toets laat ik zien dat ik kijk en blijf kijken naar inhoud en naar aanleiding hiervan aanpassingen maak.

Taak 3: De docent voert een onderwijsprogamma uit

Indicatoren Nulmeting Tussentijdse meting Einde van de opleiding
3.1 De docent benut de beroepspraktijkervaringen als leerervaringen en verbindt deze aan kennis, vaardigheden en houdingen die in schoolse situaties worden geleerd. De docent stimuleert dat de student deze kennis, vaardigheden en houdingen toepast in de praktijk.

 Resultaten:
  • Een integrale onderwijspraktijk waarbij de vakken dienend zijn aan het beroep waarvoor wordt opgeleid, waarbij studenten voortdurend worden uitgenodigd hun beroepservaringen te verbinden met het leren in de school en het in school geleerde met de praktijk te verbinden.
  • Een onderwijspraktijk, waarbij een integrale manier van begeleiding wordt gepraktiseerd: begeleiding naar een beroepsidentiteit die parallel loopt met persoonlijke begeleiding en begeleiding bij de (studie) loopbaan-stappen.
In het nieuwe traject van de WRO (Wendbaar en Responsief Onderwijs) waarin ik ook ben betrokken kan ik mijn ICT kennis delen met de studenten.

Omdat dit een nieuw traject is kan ik mijn input leveren binnen het team om het programma goed op te zetten.
In de Self Driving Challenge heb ik mijn eigen beroeps ervaringen kunnen inzetten in het project (ESP modules / automatisering / routering, etc). Hiermee laten zien aan de studenten waar een engineer mee te maken kan krijgen en hoe je oplossingsgericht kan werken.
3.2 De docent biedt het onderwijsprogramma op verschillende manieren aan (waar onder bijvoorbeeld afstandsleren of 'blended learning'); zie hiervoor ook de kennisbasis ict.

Resultaten:
  • Een uitvoeringspraktijk met mogelijkheden voor flexibilisering en maatwerk naar doel, doelgroep, werkstijlen, vorm en context.
  • Een uitvoeringspraktijk waarin  (afhankelijk van doel en doelgroep) een balans gevonden is tussen theoretisch, methodisch en praktisch leren, waarbij de hiervoor benodigde kennis expliciet is gemaakt.
Ik probeer in mijn lessen altijd het verband te leggen met het werkgebied. Dit kan met filmpje of met een proefopstelling in het lokaal.
In de vorstperiode van februari heb ik in de ervaring Online Lesgeven laten zien dat ik ook op een compleet andere (voor mij nieuwe) manier kan lesgeven.
3.3 De docent kiest (conform teamafspraken) werkvormen die passen bij doel, doelgroep, werkstijlen van studenten en context van de leeractiviteit.

Resultaat:
  • Een uitvoeringspraktijk waarin de docent kan signaleren welke student een aangepaste aanpak nodig heeft, ondersteuning kan vragen of kan doorverwijzen naar specialisten.
De praktijk is nu vooral gericht op groepen van studenten. Hiervoor zijn voor elk niveau verschillende soorten opdrachten opgesteld.
Mocht een student opvallen doordat hij minder kan meekomen kan ik dat doorgeven aan ons Studenten Success Centrum die dan in gesprek kunnen en evt begeleiding kunnen aanbieden.
Ook hierin kan ik verwijzen naar deSelf Driving Challenge waarin (live) gezocht moest worden naar een werkvorm die aansloot op wat het project op dat moment vroeg.
3.4 De docent houdt rekening met verschillen tussen studenten en voorziet in een gerichte aanpak bij leerstoornissen of weet daarbij ondersteuning te vragen. 

Resultaat:
  • Een evenwichtig aanbod van verschillende leeractiviteiten (theorielessen, trainingen en workshops), met theoretische, praktische en integrale opdrachten.
Waar extra ondersteuning nodig is doe ik dat klassikaal, met verdiepingen en/of extra proef toetsen / opgaven maar mocht deze ondersteuning in een meer serieuze vorm nodig zijn, gebruik ik het Studenten Success Centrum voor een persoonlijke-gerichte aanpak. In verschillende ervaringen Opmerken moeilijkheden student #2, Opmerken moeilijkheden student #1, Inzicht in leren studenten lat ik zien dat ik moeilijkheden opmerk, kan kiezen uit verschillende aanpak en in contact kan brengen met specialistische collega's uit de organisatie.
3.5) De docent herkent de taal- en rekenaspecten in zijn onderwijs, kan eficiënties bij zijn studenten signaleren en zo nodig experts inschakelen. 

Resultaat:
  • De docent weet wat zijn collega taal of rekenen kan bijdragen en maakt daar efficiënt gebruik van.
Dit is niet echt aan de orde voor zover ik heb meegemaakt (1 jaar), maar ik heb goede contacten met de taal en rekendocenten die ik al dan niet direct of via het SSC kan bijschakelen. Nog steeds niet echt aan de orde; door het wegvallen van een collega komen meer van dit soort dingen wss bij ons als SLB_en_LOB te liggen en kan ik bijvoorbeeld het maken van een sollicitatiebrief voor een stage opnemen in een les.
3.6) De docent begeleidt de studenten bij het uitvoeren van de leer activiteiten, op basis van team- en instellingsafspraken. 

Resultaten:
  • Een onlosmakelijk met de onderwijsuitvoering verbonden set van resultaatgerichte begeleidingshandelingen, bestaande uit:
    • observeren van studenten tijdens hun leeractiviteiten;
    • handelen en interventies afstemmen op het leerproces (leren leren, leren attribueren, leren reguleren) en leerresultaten van de studenten;
    • met de student registreren van de voortgang;
    • met collega’s de voortgang en gewenste interventies en communicatie bespreken.
    • Het leerproces evalueren om vast te stellen of het tot de gewenste resultaten leidt.
Elke woensdagochtend hebben we met de techniek docenten overleg. Hierin worden periodiek ook issues van studenten besproken die collega's zijn tegengekomen.

Het observeren gebeurt dus niet alleen per docent maar ook overkoepelend, waarmee, wanneer nodig, de meest doeltreffende aanpak bepaald kan worden voor een student / groep studenten.
Als SLB_en_LOB heb ik bijvoorbeeld meerdere gesprekken met elke student per jaar. Hier kijken we naar afwezigheid en voortgang en maken indien nodig een plan om de voortgang te borgen.
3.7) De docent evalueert de uitvoering van het programma en de effectiviteit van de ingezette activiteiten en begeleidingsvormen met de direct betrokkenen (in samenwerking met het team) en trekt daaruit lessen voor verbetering. 

Resultaten:
  • Een kwaliteitscyclus waarin leeractiviteiten worden geëvalueerd (ook door studenten) en bijgesteld. Richtinggevend bij de evaluatie zijn:
    • leerbaarheid;
    • verbetering van de leerresultaten;
    • relevantie voor de beroepspraktijk;
    • performance docenten.
    • Een jaarlijkse evaluatie in relatie tot het instrumentarium voor kwaliteitszorg en rendementsgegevens.(bijvoorbeeld inzicht in de voortijdig schoolverlaters)
Het lesprogramma biedt ruimte voor verbetering. Dit kan ik dan ook 'live' toepassen al naar gelang de groep dit vraagt.

Mocht de wijze van uitvoering van de stof niet goed zijn, pas ik dat aan in de theorie.
Samen met het team evalueren we de inhoud van de stof elk jaar in ons "TeamPlan". Hiervoor is ook een collega verantwoordelijk voor de borging van de kwaliteit. Voorstellen voor aanpassingen voeren we aan het eind van elk schooljaar door.

4: De docent begeleidt de studenten tijdens hun leerbaan

Indicatoren Nulmeting Tussentijdse meting Einde van de opleiding
4.1) De docent begeleidt de student in de ontwikkeling van zijn beroepsidentiteit en loopbaan-competenties: wat wil ik, wat kan ik, wat doe ik en wat maak ik waar? De student leert zelf richting te geven aan zijn reflectie op kwaliteiten en motieven, werkexploratie, loopbaansturing en netwerken (ook in een vervolgopleiding).

Resultaat:
  • Een met het team afgestemd doorlopend en samenhangend begeleidingsproces, waarin de student zich ontwikkelt tot een zelfsturend persoon, waarbij hij functioneert als burger en als (aspirant) werknemer. Hierbij werkt hij aan zijn beroepsprofiel, eventuele doorstroom naar het hoger onderwijs en het verwerven van loopbaancompetenties.
Iedere docent heeft een groep studenten waar hij SLB'er van is. Deze studenten worden door hem in de gaten gehouden en op gezette tijden gesprekken mee gevoerd. Op die manier kan hij deze studenten monitoren.

Ik heb op dit moment geen SLB groep, maar kijk mee bij andere docenten hoe dit in de praktijk gebeurt.
Zie hiervoor SLB_en_LOB.
4.2) De docent ondersteunt de student en stimuleert bij het reflecteren op zijn studievoortgang, beroeps- en loopbaanvaardigheden en zijn beroepsidentiteit. 

Resultaat:
  • Een met het team afgestemd begeleidingsproces met vaste gespreksmomenten, waarbij de student kritisch naar zichzelf leert kijken en zijn mogelijkheden leert kennen in directe relatie tot zijn (nabije) toekomst in onderwijs en/of werkveld.
Op dit moment begeleid ik zelf geen studenten maar tijdens de besprekingen kan ik horen hoe de studenten worden besproken van verschillende kanten. Ook dit valt onder de SLB_en_LOB.
4.3) De docent begeleidt de student in keuzes wat waar (school of praktijk) wanneer geleerd wordt (in afnemende sturing). 

Resultaat:
  • Een met het team afgestemd begeleidingsproces waarin de student stap-voor-stap de samenhang leert zien tussen wat hij waar kan leren.
Op dit moment heb ik geen studenten maar doe ik mee met de groepsgesprekken waarin alle studenten worden besproken. Zie hiervoor ook de SLB_en_LOB ervaring.
4.4) De docent brengt met de student gedurende het leerproces de voortgang in beeld en ondersteunt de student in het opbouwen van een portfolio. 

Resultaat:
  • Een met het team afgestemde systematiek voor het vastleggen van de studievoortgang. De student, de loopbaanbegeleider en examinatoren/assessoren kunnen deze systematiek gebruiken.
Op dit moment doe ik dit nog niet Portfolio examens hebben we niet; wel heb ik in elk SLB_gesprek het over voortgang en borging / plannen hiervoor.
4.5) De docent onderhoudt contacten met alle functionarissen (binnen en buiten de school) die bij het leerproces van de student een rol spelen (inclusief netwerken).

Resultaat:
  • Een systeem waarin de contacten met anderen worden vastgelegd: wie communiceert met wie over het leerproces van studenten en hoe wordt er teruggekoppeld?
Op dit moment doe ik dat nog niet. Met collega's van het SSC en Moniek (inclusief onderwijs), zie: Collegas heb ik indien nodig contact over hoe een student te helpen. Maar ook de Leerplicht Ambtenaarheb ik al ontmoet in een paar gesprekken.
4.6) De docent signaleert verzuim en andere factoren die de studievoortgang belemmeren en onderneemt zo nodig actie. 

Resultaat:
  • Een systeem waarin informatie over factoren die de studievoortgang belemmeren wordt vastgelegd. Het systeem kan ook gebruikt worden voor de verzuimregistratie
Dit is de taak van de SLB'er en op dit moment doe ik dat nog niet. Zie bij bijvoorbeeld Afwezigheid 3 studenten hoe ik dit heb gedaan en opgepakt.

Taak 5: De docent is actief betrokken bij de beroepspraktijkvorming

Indicatoren Nulmeting Tussentijdse meting Einde van de opleiding
5.1) De docent bereidt met studenten de beroepspraktijkvorming voor. 

Resultaten:
  • Een met het team afgestemd onderwijsprogramma voor ‘solliciteren’, kennismaken met en gedragsregels in het leerbedrijf.
  • De student is in grote lijnen op de hoogte van wat hij in het leerbedrijf kan leren, wat hij van zijn begeleider kan verwachten en hoe hij in het bedrijf zijn leerresultaten kan bijhouden.
Dit is een taak van Esther Bols. Dit doe ik zelf op dit moment nog niet. Esther is weg! Dus dit komt volgend jaar meer bij ons als docenten te liggen. Maar de huidige stagiairs hebben een overeenkomst en hoeft niets voor geregeld.
5.2 De docent begeleidt studenten bij de beroepspraktijkvorming in en buiten de school.

Resultaten:
  • Een bijdrage aan de praktijk van de beroepspraktijkvorming waarin helder is wat in en buiten school geleerd kan worden en hoe dit met het team en de praktijkopleider is afgestemd.
  • Een bijdrage aan de praktijk van de beroepspraktijkvorming met opdrachten die op basis van actuele kennis van het beroepenveld ontworpen zijn. De opdrachten zijn afgestemd met het team en met de praktijkopleider. Hierbinnen kan specifieke aandacht zijn voor het functioneel gebruik van taal en rekenen in de context van het beroep.
  • Een met de praktijkopleider afgestemde begeleiding (binnen teamafspraken).
Dit is de taak van het BPV bezoek van de begeleidende docent, maar aangezien ik op dit moment nog niet aan een groep ben gekoppeld heb ik op dit moment hier nog geen ervaring mee. Inmiddels een paar BPV bezoek kunnen doen. Mooi om met bedrijven in de buurt op deze manier kennis te kunnen maken en mijn netwerk te vergroten.
5.3   De docent onderhoudt via praktijkbezoeken zijn kennis van het beroepenveld. 

Resultaat:
  • Een manier van werken waarbij docenten voortdurend de ontwikkelingen in het beroep volgen en waarbij zij inzichten met het team delen.
Ook dit is en taak van de SLB'er en van Esther Bols en doe ik op dit moment nog helemaal niet. Zie BPV bezoek.

Taak 6: De docent construeert, hanteert en evalueert beoordelingsinstrumenten

Indicatoren Nulmeting Tussentijdse meting Einde van de opleiding
6.1) De docent bereidt de student voor op zijn ontwikkelingsgerichte toetsing (formatief) en examinering (summatief), op basis van de team- en instellingsafspraken. 

Resultaten:
  • De student weet hoe hij beoordeeld wordt en hoe hij zich daarop moet voorbereiden. Onderwijs en examinering sluiten op elkaar aan.
  • De student weet welke beoordelingen ontwikkelingsgericht en welke kwalificerend zijn.
De inhoud van de toetsen zijn vooraf opgesteld waarin ik variaties kan aanbrengen.

Bij toetsen staat het te verdienen aantal punten op de toets en de bijbehorende bereken
Op verschillende manieren zie ik toe op wat de student(en) nodig hebben om te kunnen leren. Dit kan zijn dmv het
Aanpassen toets
Aanpassing Lesprogramma of formatief Inzicht in leren studenten.
6.2   De docent zorgt voor een passende organisatie van de ontwikkelingsgerichte toetsing en examinering, op basis van de team- en instellingsafspraken. 

Resultaten:
  • De student voert de ontwikkelingsgerichte toets of het examen uit onder de juiste afnamecondities.
  • De student weet wat hij kan verwachten.
  • De beoordeling is correct en leidt tot verdere ontwikkeling of tot een valide en betrouwbaar examenresultaat.
Examinering doe ik op dit moment als beginnende docent nog niet. Op dit moment geef ik voornamelijk les aan het eerste jaar. Examinering doe ik op dit moment bij één vak, Keuzedelen. Hierin ben ik door Esther toegevoegd aan het examen-buro waar ik bij een positieve beoordeling een examen kan invoeren.